Letterlijk – een kijkje in de keuken. Je herkent het vast: je werkdag is druk en net even langer dan je wilt, onderweg naar huis rij je precíes achter die ene chauffeur die liever 75 rijdt dan 80-en-een-beetje. Het is druk, het schiet niet op, je bent moe en kijkt er naar uit om thuis te zijn.
Eenmaal thuis zet je je tas in de hoek, hang je je jas aan de kapstok en loopt de woonkamer in…je ziet daar je partner heerlijk relaxed op de bank zitten. Omringd door alles wat die dag is gebruikt aan glazen en servies, de eetkamertafel nog ingericht als thuiskantoor en een lading schone die niet uit de wasmachine is gehaald. En je hoort jezelf de vraag stellen:
‘Hoe kan het hier zó’n bende zijn?!’
De reactie die je krijgt is:
‘Ik dacht ik ruim straks alles in één keer op, na het avondeten – lekker efficiënt!’
En we weten allemaal: dit antwoord draagt niet bij aan jouw gemoedstoestand.
Wat er gebeurt? Iemand stelt een vraag: ‘hoe kan het hier zo’n bende zijn’ en onze hersenen zijn geprogrammeerd om vragen die we krijgen, te willen beantwoorden. Dat heeft te maken met:
1. Wanneer een vraag wordt gesteld, treedt er een proces in werking dat vergelijkbaar is met een reflex. Je brein stopt tijdelijk met waar het mee bezig was om de informatie te scannen die nodig is om het antwoord te geven. In een mooie term: de reflex van de Instinctive Elaboration
2. Ons brein houdt niet van losse eindjes. Een vraag creëert een “open loop” (een open cirkel) in je hersenen. Deze open cirkel veroorzaakt een lichte vorm van cognitieve spanning. Het beantwoorden van de vraag sluit de cirkel, wat een gevoel van voldoening of ontspanning geeft (een kleine dopamine-afgifte).
3. Vanuit evolutionair perspectief zijn wij sociale dieren. In een stam was het negeren van een vraag of interactie sociaal riskant – in samenwerking of relatie geeft het niet beantwoorden van een vraag een ongemakkelijk gevoel.
4. Je brein is een luie machine die energie wil besparen. Het gebruikt daarom vaak snelle paden. Een vraag fungeert als een trigger die een specifiek neuraal pad activeert. Zodra de trigger wordt overgehaald, wordt de zoekmachine in ons hoofd direct in gang gezet.
En dat is dan ook precies wat we in het voorbeeld van zojuist, waarin de vraag ‘Hoe kan het hier zó’n bende zijn?!’ gesteld werd, gaan doen: we gaan een antwoord geven op de vraag.
Terwijl wat hier eigenlijk speelt, is een verwijt (ik heb een lange dag gehad en baal ervan dat ik nu in jouw bende moet thuiskomen – je had het op moeten ruimen) verpakt in een vraag (hoe kan het hier zo’n bende zijn).
Dit gebeurt in werksituaties ook – verwijten verpakt in vragen:
- In het teamoverleg ‘Waarom heb ik pas gisteravond de agenda ontvangen?’
- In gesprek met ouders ‘Hoe kan het toch dat Lucas altijd met tegenzin naar school gaat op de dagen dat jij voor de klas staat?’
- In gesprek met samenwerkingspartners ‘Jullie zouden er toch voor zorgen dat de financiering rond zou komen?!’
En ons brein wat denkt ‘Een vraag? Die gaan we beantwoorden!’ En dat pakt negen van de tien keer, niet zo lekker uit. Jouw uitleg, onderbouwing of argumenten brengen dragen meestal niet bij aan de verbinding. Wat beter werkt?
*check het bij de bron – stel een vraag waarmee je even weggaat bij de inhoud en inzoomt op wat er mogelijk onder zit: ‘ben je geholpen met een antwoord op je vraag, of is er eigenlijk iets anders wat je aan me kwijt wilt?’
*zet je ondertiteling aan – geef kort aan wat er in je omgaat: ‘je stelt me een vraag, maar het voelt alsof je me iets verwijt – ik weet even niet zo goed hoe ik goed moet reageren’
Vraag of verwijt – we hebben er allemaal mee te maken. Wat is jouw primaire reactie?